Tussen 1634 en 1788 was Curaçao één van de grootste slaven depots van het Caribische gebied. In die periode werd Curaçao beschouwd als verblijfcentrum voor slaven en functioneerde als een doorvoer- haven naar de andere eilanden en Zuid-Amerika. De belangrijkste periode voor de Nederlandse slavenhandel met Curaçao als doorvoercentrum lag echter tussen 1685-1689.
Het laatste schip met slaven kwam in 1788 de haven van Curaçao binnen, maar pas 75 jaar later in 1863 werd slavernij afgeschaft.
De leider van deze opstand was Tula. De naam Tula betekent strijder. Tula werkte op de plantage van Kenepa (Knip) te Banda Bou. Hij was eigendom van Shon Caspar Lodewijk van Uytrecht. Volgens Hartog (1973) is de geboortedatum en geboorteplaats van Tula niet bekend. Dit is niet vreemd gezien het feit dat de slaven als veegoed behandeld werden. Tula had enkele goede vrienden namelijk: Luis Mercier, Bastiaan Karpata en Pedro Wacao. Zij hadden ook actief deelgenomen aan het voorbereiden en het leiden van de slavenopstand.
Tula werd door zijn kameraden “Kapitein” genoemd en erkend als hun leider. Hij noemde zichzelf ook ‘Rigaud’, naar Generaal André Rigaud, de vrijheidsheld van Saint Domingue (nu Haïti). Tula was een man van fors postuur en hij was welbespraakt. Tula was intelligent en algemeen ontwikkeld. Hij was op de hoogte van gebeurtenissen zowel op lokaal, regionaal als op internationaal niveau. Hij wist onder andere over de Franse Revolutie en de afschaffing van de slavernij in Haïti- voormalige Saint Domingue- onder de leiding van Toussaint L’Overture. Tula had een revolutionair karakter. Hij wist wat hij wilde en was vast beraden zijn doel te bereiken; hij had een ideaal, waarvoor hij ook vocht.
Tula was ook een spirituele man. Hij kende de Bijbel goed en citeerde verschillende stukken uit de Bijbel om pater Schink te wijzen op de gelijkheid die er in Bijbelse opzicht bestaat tussen de mensen. Op die manier argumenteerde hij de bestrijding van de slavernij met feiten.
Hij streefde niet alleen naar een meer humanistische bejegening, maar deed dit uit christelijke besef dat alle mensen gelijkgeschapen waren door God. Tula stond op tegen onrecht, mishandeling en tegen de meedogenloze en willekeurige behandeling van zijn medemens en hemzelf. Hij droomde van de vrije zwarte mens en geloofde in een samenleving waarin zwart en blank in vrijheid en gelijkheid konden leven.
Op 19 september 1795 werd Tula gevangen genomen en uitgeleverd door een slaaf van Shon Caspar Lodewijk van Uytrecht. Op maandag 3 oktober 1795 werd zijn vonnis gewezen. Later die dag werd Tula, Bastiaan Carpata en Pedro Wacao terechtgesteld. Tula werd op een kruis vast-gebonden en werd geslagen op z’n ledematen, tot dat al z’n botten verbrijzeld waren. Ze begonnen met de benen. Daarna werd hij in het gezicht geblakerd. (Bij het blakeren werd iemand een brandend stuk hout in het gezicht geduwd). Vervolgens werd hij onthooft en aan de galg gehangen. Bastiaan Carpata werd op dezelfde wijze terechtgesteld. Hun lijken werden vervolgens in de zee bij Rif geworpen. Geen enkele moment had Tula de schuld op een ander afgewenteld, maar nam de verantwoordelijkheid van alles wat er gebeurd was, op zich. Tula was een mens van hoge levensopvattingen.
Na de slaven opstand van 1795 besloot de Directeur van Curaçao Johannes de Veer dat er betere regelgeving nodig was ten aanzien van werkomstandigheden van de slaven. Onder andere dat slaven niet op zon- en feestdagen hoefden te werken. De werkuren waren tussen 5 tot 11 uur in de ochtend en van 1uur s‘middags tot zonsondergang. Ook stelde hij regels vast over het voedselrantsoen en de kleding die de plantagehouders aan hun slaven moest verstrekken. Dit allemaal met het oog om de behandeling van de slaven te verbeteren. Dit betekende echter niet dat het leven van de slaven er werkelijk beter op was geworden. Uit verslagen van onder andere Mrg. Nieuwindt weten we dat sommige slavenhouders nog al wreed en onbarmhartig met hun slaven omgingen.
Op 17 oktober 1998 werd het monument voor Tula en de slavenopstand van 1795 op het Rif benoemd tot “Park van de Vrijheidstrijd”. Elk jaar op 17 augustus wordt er op die plek een herdenking georganiseerd ter herinnering van de slavenopstand van 1795.
Over het leven van Tula valt er nog veel meer onderzocht te worden.
Samengesteld door:
Jonathan Estanista
Shahayra Rosalina
Raymond Jansen
In opdracht van de Minister van Onderwijs en Cultuur
Mevr. O.V.E. Leeflang
Augustus 2009
![]()
Literatuurlijst
Alejandro, F. P. (1974). 1795:de slavenopstand op Curaçao : een bronnenstudie van de desbetreffende originele overheidsdocumentenonder leiding van A.F. Paula. Willemstad: Curaçao : Centraal Historisch Archief.
Beurs Magazine . (1995).
Hartog, J. (1973). Tula: verlangen naar vrijheid. Willemstad: Curaçao : Eilandsbestuur van Curaçao.
Martina, D. (2007). Bevrijd, maar nog steeds geketend? : toespraak ter gelegenheid van de herdenking van Tula en de slavenopstand van 17 augustus 1795, georganiseerd onder auspicien van NINSee. Amsterdam: S.l. : s.n], 2007 .
Römer-Kenepa, N. (2002). De bewoners van Curacao vijf eeuwen lief en leed 1499-1999. Willemstad: De Curaçaosche Courant NV.
Schouten, D. &. (1992). Antilliaans verhaal: geschiedenis van Aruba en Antillen.